There’s something in the air

and it's bad

Vrijwel iedereen weet, dat ik een positieve kijk heb op de toekomst van de reisindustrie. Als je naar de afgelopen decennia kijkt, dan kan je maar één conclusie trekken: er waren moeilijke tijden, zelfs crisissen en ware rampen, maar de lange termijn trend ging steeds maar één richting uit: opwaarts. Meer groei, meer omzet, meer reizigers, meer tewerkstelling, meer creativiteit, meer technologische mogelijkheden. Die lijn gaat verder. Maar ook ik kan het niet ontkennen: there’s something in the air these days. Something bad. Very bad.

De gesprekken tussen reisindustrie professionals gaan vaak over de klassieke onderwerpen: de marktontwikkeling, de grillige consument, het gevecht om winstmarges, de concurrentie – voorspelbaar, maar het blijft boeiend.

Recent nemen de gesprekken steeds vaker een andere wending. Collega’s kijken elkaar bezorgd aan en vragen zich af “welke richting dit alles uitgaat”. De aanleidingen liggen voor de hand: de situatie van Tunesië als vakantieland na de moordpartij op het strand van Sousse, de oplopende spanning in Turkije, de vluchtelingenstromen richting Europa. Meer en meer mensen beseffen dat het niet meer om afzonderlijke gebeurtenissen gaat, maar dat er zich een wereldwijde problematiek ontsponnen heeft, die vastgelopen is in een onontwarbaar kluwen.

Bestemmingen die om één of andere reden tijdelijk van de kaart worden geveegd: hoe erg de feiten ook waren, aan het einde van de dag was er de collectieve zekerheid dat dit van voorbijgaande aard zou zijn. Sars, een Tsunami, een aardbeving, een aanslag, een revolutie, een oorlog: naar gelang de impact van de feiten kon het lang of minder lang duren – we hadden één zekerheid: ooit zou het weer business as usual worden.

Nu is die zekerheid er niet meer. En dat is huiveringwekkend.

Reisindustrie professionals kijken met een combinatie van ongerustheid en combativiteit naar fenomenen als disruptieve concurrenten, prijsoorlogen en de zelf organiserende consument. Maar dit zijn niet de fenomenen waar zij moedeloos van worden. Velen kiezen zelf voor innovatie, anderen proberen fusies aan te gaan om samen sterker te staan, iedereen neemt actie. Met vertrouwen, of minstens met hoop.

Dezelfde reisindustrie professionals kijken met een combinatie van ongerustheid en rauwe, onversneden angst naar fenomenen als terrorisme, aanslagen en de gigantische migratiestromen. Zij zie de samenhang, en juist dat zorgt voor die angst. We hebben schrik dat heel de situatie al lang geëscaleerd is richting een onbeheersbare chaos. Een wereld waarin niemand meer zeker is, of veilig. Een wereld waarin ouders hun kinderen geen mooie, optimistische toekomst meer kunnen garanderen. En dat is erg, zeer erg.

Het toerisme kan alleen maar floreren binnen een optimistisch wereldbeeld, waarin nieuwsgierigheid, genieten van het leven en open staan voor de ander centraal staan. Dat, en niets anders, zijn de fundamenten van onze bedrijfssector. Alles is hierop gebouwd. Als die fundamenten onderuit worden gehaald, dan stort het hele bouwwerk in. Dan is geen enkel business model sterk genoeg, dan is geen enkel creatief idee waardevol genoeg, dan is geen enkele prijs laag genoeg.

De angst voor deze ontwikkeling voel ik sinds enkele weken – nog niet langer- duidelijk in de ondertoon van gesprekken en discussies. En ik moet toegeven: ik deel die angst. We hebben schrik, en we staan machteloos. There is something in the air, and it sure does not feel good.

17/09/2015 - door Jan Peeters