Natuur en ontdekking

Meer dan alleen witte stranden

Het cliché verandert langzaam maar zeker: de Dominicaanse Republiek is veel meer dan paradijselijke stranden van wit zand, ontelbare palmbomen en kristalhelder zeewater.

Vooral in het binnenland van het eiland is de natuur erg uitnodigend om gepassioneerde tochten te maken.

Het land telt maar liefst zeventien nationale parken, zeven natuurreservaten, vijf bergketens, tal van watervallen en lagunes en meer van dat fraais. Er zijn 8.000 plantensoorten waarvan een kwart endemisch (300 soorten orchideeën) en een verbazingwekkende fauna met hagedissen, leguanen, zeeschildpadden en krokodillen maar ook pelikanen, fregatvogels en valken…dit eiland is duidelijk een bijzondere bestemming voor de liefhebbers van ecotoerisme.

Dit is ongetwijfeld een verrassende ontdekking voor de lambada-toerist. Op de RTBF werd er zelfs een speciale uitzending van Le Jardin Extraordinaire aan gewijd, op zondag 25 november jongstleden.

Deze reportage werd door meer dan 400.000 kijkers gezien, en u kunt de heruitzending bekijken via de link:
https://www.rtbf.be/auvio/detail_le-jardin-extraordinaire?id=2426611

 

Een korte rondleiding om deze uitzending samen te vatten:

In het noorden van het land

Uitstap naar Los Haïtises                                                                                                
Voor een bijzondere escapade naar een bijzonder nationaal park, is een bezoek aan Los Haïtises beslist een aanrader. De naam betekent “bergachtig terrein” in de taal van de Taïno-indianen. Dit is één van de best bewaarde nationale parken. Het is enkel toegankelijk via een boottocht door de mangroven.

Reigers, fregatvogels, pelikanen,…
Het Haïtises park ligt in het noordoosten van het land, in de baai van Samana, waar men van midden-januari tot midden-maart de liefdestaferelen van de bultrugwalvissen kan waarnemen. In dit park zijn er tal van « mogotes », heuvels van kalksteen met een torenachtige vorm, die een geweldige verblijfplaats vormen voor reigers, fregatvogels en vooral pelikanen.

Daarboven wemelen 700 vasculaire plantensoorten in het vochtig subtropisch woud. De plantengroei langs de kust bestaat grotendeels uit mangroven en vormt daardoor een geliefde plek voor lamantijn en, de zeezoogdieren die vandaag met uitsterven bedreigd zijn. Op vele eilandjes zijn er grotten met precolumbiaanse overblijfselen uit de beschaving van de Taïno-indianen. Vanuit Sanchez is het park bereikbaar via snelle boten die tot aan de baai van San Lorenzo varen, waar de rio Cano Hondo uitmondt in een labyrint van mangroven.

De boten die de baai van Samana oversteken, kunnen halthouden voor de ingang van één van de honderden grotten van het park. Aanmeren is gemakkelijk. Gewapend met een kleine zaklamp moet men voorzichtig via trappen naar beneden gaan. Dan verschijnen als bij toverslag de rotstekeningen van de Taïno-indianen. Zij waren de eerste bewoners van het land en kwamen zich hier verstoppen om te ontsnappen aan de Spaanse veroveraars. De afbeeldingen stellen de god van de regen voor, een haai, een krokodil, een sjamaan, een dansend personage. Het verleden en het heden worden hier verenigd.

Er wordt wel eens beweerd dat dit natuurpark als decor diende voor de films van “Pirates of the Caribbean”. Waar of niet, het is zeker een wondermooie locatie.

In het zuiden van het land

Het zuiden van het land is in feite nog beter bewaard. Dat komt ook omdat er minder toeristen komen: het is één van de wildste regio’s van het eiland. Het Enriquillo-meer is het grootste beschermde natuurgebied van het land en bevindt zich dicht bij de Haïtiaanse grens. Deze waterplas is meer dan 280 km2 groot en met zijn extreem, zoutig en droog tropisch klimaat herbegt het talrijke plantensoorten, reptielen, Caraïbische flamingo’s en watervogels. Liefhebbers van uitgestrekte ruimtes en van puur natuur zullen hier onvergetelijke momenten beleven!

Ook het park van Jaragua is beslist een bezoek waard. Het bevindt zich in het zuidwesten van het eiland. Het is aan de kust gelegen, met een enorm tropisch woud en honderden cactussoorten en tropische dieren.Het is tevens één van de zeldzame plaatsen waar men de Solenodon nog kan waarnemen, een klein verlegen dier dat met uitsterven bedreigd is. Misschien hebben de grootste geluksvogels onder jullie de kans om dit verlegen dier te observeren. Deze plaatsen in de Dominicaanse Republiek worden erg weinig bezocht en zullen ongetwijfeld in de smaak vallen van reizigers die graag buiten de platgetreden paden op ontdekkingstocht gaan.

In het oosten van het land

In het zuidoosten van het land ligt het nationaal park Del Este, tussen Bayahibe en Boca Chica. Het omvat het eiland Saona, dat van de kust gescheiden wordt door het Catuano-kanaal. De plantengroei is een merkwaardige combinatie van vochtig subtropisch woud, droog woud en overgangswoud, met vele inheemse bomen. De geïsoleerde stranden zijn de woonplaats van de zeer zeldzame « paloma coronita » (een duif met een witte kroon), de neushoornleguaan en verscheidene schildpadsoorten.

Naast het eiland Saona zijn er in het park talrijke grotten en prachtige terrasvormige riffen. Men kan ook wandeltochten maken op het vasteland, in het hart van een maagdelijk tropisch woud. 


In het centrum van het eiland: de Dominicaanse Alpen

Deze reusachtige tuin maakt indruk met zijn grootse bergen, de ideale omgeving voor mooie wandelingen. Men kan er ook terecht voor alle andere “natuursporten” zoals canyoning, rafting en mountain bike. Deze regio is ook een agrarische voorraadschuur met La Vega, één van de oudste suikersteden; Moca, koningin van de koffie, en Santiago, dat omringd is door tabaksvelden. Verschillende « fincas » (herbergen) organiseren boeiende excursies voor natuurliefhebbers. Zeker niet te missen zijn de nationale parken Armando Bermudez, José Del Carmen Ramirez en Valle Nuevo.
  

Voor meer informatie aangaande de natuur en ontdekkingstochten in de Dominicaanse Republiek. 

11/12/2018 - door Dominicaanse Republiek