Over verzekeringen en faillissementen

Brexit, begrijpelijk?

Terugkijkend op de eerste helft van het jaar, kunnen we alleen maar besluiten dat de Belgische toerismesector voorlopig nog redelijk gespaard is van onheil. Het faillissement van Gateway was een zeer spijtige zaak, maar de gevolgen zijn – door de inspanningen van zeer velen- nog beperkt gebleven voor de belangrijkste speler in het spel: de consument. Toch maak ik me, als General Manager van het Garantiefonds Reizen, ongerust. En die ongerustheid heeft met Europa te maken.

Wellicht hebt u het verhaal van de crash van Lowcost Travel Group gevolgd. Wel, reeds drie jaar vreesden ikzelf en mijn collega’s binnen EGFATT (European Guarantee Fund’s Association for Travel and Tourism) voor een exitscenario van deze groep.

Even de situatie schetsen: Lowcost Travel Group was een Britse TO, die enkele jaren geleden niet (meer) aan de strenge Britse voorwaarden en premievoeten wilde voldoen. Deze groep stapt doodleuk naar een nauwelijks gecontroleerde verzekeraar op de Balearen, en verplaatst later zijn exploitatiezetel naar Polen. De ééngemaakte ramp in de praktijk, denk je dan zo. Prachtig!

Alleen: dit is de kroniek van een aangekondigde ramp. Een woordje uitleg. Geen eenvoudige materie, maar wij raden elke zaakvoerder aan om dit even aandachtig te lezen. Want dit kan u veel geld kosten.

Op basis van de huidige EU wetgeving geldt inzake bescherming tegen financieel onvermogen namelijk de zogenaamde reciprociteit, of “gelijke behandeling heer en weer”. In mensentaal: de bescherming bij insolventie (lees: faillissement) die een reisorganisator biedt daar waar hij is gevestigd, wordt door de lidstaten geacht te voldoen aan de eisen in hun eigen land. Om hierover zekerheid te hebben, zorgt elke lidstaat ervoor dat de andere lidstaten over alle mogelijke gegevens kunnen beschikken om dit te controleren. Als een lidstaat twijfels heeft, kan hij de lidstaat van de vestiging van de organisator om opheldering vragen. Die opheldering gebeurt via zogenaamde “contactpunten” en antwoord dient te gebeuren binnen de 15 dagen.

Dit is de wet. Maar: het is blijkbaar gemakkelijker om wetten te maken, dan om wetten te doen naleven. In de praktijk kan je als land immers enkel constateren dat in het geval van Low Cost Travel Group er nog bij lange na niet genoeg geld is om in geval van faillissement de vele tienduizenden reizigers te beschermen. Er is geen enkele sanctie voorzien om een en ander dwingend in orde te brengen.

Concreet: onze collega’s van de CAA (Civil Aviation Authority) konden niets meer doen dan op de Balearen gaan vaststellen dat de garantieverzekeraar van LCTG noch voldoende eigen middelen noch een plan had om de klanten van de reisorganisator in geval van financieel onvermogen bij te staan. Zij konden dit enkel constateren, zij konden niets afdwingen.

De CAA, de hierboven al genoemde EGFATT – waarvan ik voorzitter ben- en uw eigen GFG hebben reeds gewaarschuwd bij diverse instanties over het gebrek aan praktische haalbaarheid van dit reciprociteitsprincipe. In de praktijk bestaat er geen sanctie voor een lidstaat die beweert dat de insolventieverzekering in orde is, terwijl het niet zo is. In de praktijk bestaat er geen sanctie voor een lidstaat die niet reageert op vragen hieromtrent. Inderdaad: een bijzonder verontrustende situatie.

Als General Manager van het Garantiefonds Reizen – dat binnen Europa geldt als een voorbeeld op vlak van bescherming, interne controle en opvolging van dossiers en marktgegevens – en als Voorzitter en mede stichtend lid van EGFATT is het mijn plicht om, bij calamiteiten als Lowcost Travel Group en bij steeds meer grensoverschrijdend verkeer tussen reisagenten en leveranciers, eenieder te wijzen op deze lacune in de toepassing van de wet. De Britten hebben in dit geval het gelijk aan hun kant, als ze tegenover de gedupeerden van LCTG met de vinger naar Europa wijzen. W ij zijn steeds bereid om hulp te bieden aan elke inspanning om Europa te overtuigen dat hier werk aan de winkel is.

 

 

5/09/2016 - door Garantiefonds Reizen