Zevende Dag – Marketing

Vergeten Reissector

Tijdens het zondagnamiddag TV programma “De Zevende Dag” werd er aandacht besteed aan “vergeten sectoren” die harde klappen krijgen tijdens de corona crisis. Christel Somers, zaakvoerder van Montana, tevens oprichtster van Save Or Sink en Katrien Vermeire, zaakvoerder van John & Jane, tevens oprichtster van Sound of Silence gingen het gesprek aan met de presentatoren.

De volgende gast was minister van volksgezondheid Frank Vandenbroucke, en dat bleek een geschenk uit de hemel te zijn. Hoewel deze minister niet bevoegd is voor de vele rechtstreekse ondersteuningsvragen, reageerde hij wel direct op het verhaal van beide sectoren. (Voor u woedend reageert op de uitdrukking “een geschenk uit de hemel – lees eerst het artikel tot op het einde. Ik leg uit waarom.)

Twee sectoren, één verhaal

Het verhaal van de reis- en event sector verhaal loopt ook voor een groot deel parallel: beide sectoren werden door de overheidsmaatregelen rond corona de facto lamgelegd, zonder een echt “sluitingsbevel” te krijgen. En beide sectoren werken met een schrijnend gebrek aan perspectief. Beide sectoren vragen om het vertrouwen te krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. De reissector kan voor het grootste deel van de keten werken met duidelijk uitgewerkte protocollen, zodat de gezondheidstoestand van de reizigers vóór vertrek gegarandeerd kan worden aan de hand van recente testen, en dat tegelijkertijd tijdens het verblijf ter plaatse, het gedrag van de vakantiegangers richting “good & intelligent behaviour” kan gestuurd worden.

Argumenten in een sfeer van begrip

De argumenten die Christel Somers op tafel legde, waren uiteraard al vaak op verschillende manieren op een stevig onderbouwde manier gecommuniceerd en verdedigd door de officiële beroepsverenigingen. Een en ander vond nu zijn weg naar het “Zevende Dag” publiek (officiële cijfers: 493.000 kijkers op 22/11/20) doordat de insteek van de presentatoren niet zozeer de officiële argumenten waren, maar wel de schrijnende individuele drama’s die het gevolg kunnen zijn van deze crisis. Dat zorgde ervoor, dat Christel haar punten kon maken in een sfeer van begrip, en dat er tijd werd uitgetrokken om de situatie duidelijk uit te leggen. De verhalen vanuit beide sectoren liepen dan ook parallel en versterkten elkaar.

Het Nederlandse model

Zo werd het verschil tussen de Nederlandse “loonsubsidie” en de Belgische “economische werkloosheid” door beide sectoren duidelijk gemaakt, mét de nodige argumenten waarom het beter is om mensen in deze ongeziene tijden de mogelijkheid te geven om, gesubsidieerd door de overheid, te werken en zo mee te kunnen bouwen aan de toekomst van het bedrijf van hun werkgever. By the way: hierdoor worden uiteraard op een artificiële manier de concurrentieverhoudingen tussen Belgische en Nederlandse bedrijven verstoord.

Begrip

Gelukkig reageerde de minister van volksgezondheid daarna rechtstreeks op de problematiek, van beide sectoren – maar met iets meer begrip voor de reissector. Dat had te maken met het duidelijke en verantwoordelijke discours van Christel Somers, maar uiteraard ook met het lobby werk achter de schermen van de beroepsverenigingen. Op deze manier is een beweging als SOS Travel de marketingmachine van de sector vertegenwoordigers – en lobbyisten – en dat is goed.

De kleine zinnetjes en de grote boodschap

Toen beide professionals uiteindelijk plaats maakten voor de voortzetting van het programma met een interview met de minister van volksgezondheid, gebeurden er twee zaken: de minister wees op een onbegrijpelijk lichtzinnige manier het “Nederlandse loonsubsidie verhaal” af –bummer- maar sprak vlak daarna de woorden uit: “Ik erken het verhaal van de reisbureaus, en dat is een heel bijzonder verhaal: zij moeten blijven werken, zonder omzet. Ik denk dat daar wel oplossingen kunnen gevonden worden, maar ik zie niet in hoe dat vanuit de federale bevoegdheid kan gebeuren”. Je moet een ervaren rot als Vandenbroucke geen kunstjes leren: hij gaf aan dat de problematiek reëel is, maar liet tegelijkertijd fijntjes verstaan dat de regio’s hier hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

De minister deed dan twee uitspraken die uiteraard minder gemakkelijk verteerd worden door de professionals uit de reissector: hij gaf aan dat de reissector “collateral damage” is van de corona crisis (klinkt hard maar het is in de realiteit wél waar) en hij maakte een fout door te verwijzen naar de Oostenrijkse brandhaarden van het virus tijdens de Krokus vakantie, waarna het virus doorheen Europa verspreid werd. Dat klopt voor maart 2020, maar de nodige maatregelen werden genomen om dit deze winter te vermijden. Maar dit terzijde.

Het was echter duidelijk: het verhaal van de reissector wordt door dit zwaargewicht in de federale regering serieus genomen.

SOS: Save Our Summer

Dat leidde tot wellicht de belangrijkste uitspraak van het moment: de minister verwees naar zomer 2021, en gaf aan dat hiervoor gesprekken en initiatieven lopen tussen de diverse landen, op Europees niveau. Een letterlijke quote: “Tegen de zomer moet er een eerlijke Europese aanpak zijn. En daar zijn we ook mee bezig.” Deze uitspraak sluit aan bij het zich op gang trekkende “Europese momentum”, dat onder andere ook aangejaagd wordt door IATA en de recente gesprekken tussen de grote namen uit de reissector en de vertegenwoordigers van de G20 – en dat is het stapje richting een begin van een mondiale aanpak.

Als ik het eerder in dit artikel had over een “geschenk uit de hemel” dan gaat het om het feit dat de reis- en event sector in dit zondagmiddag programma de problematiek voor een groot publiek konden neerzetten. Eén van de –minstens in de perceptie- belangrijkste ministers in de regering, bevestigde dat de verhalen kloppen, en dat met name de reissector absoluut serieus moet genomen worden – met een uitsmijter richting “het redden van de zomer”. De marketingmachine functioneerde.

One More Thing

Mag ik dit artikel even afsluiten met een oproep, die mijn populariteit wellicht een deuk zal geven? Let in godsnaam op met snerende, beledigende berichten, herkenbaar vanuit de reissector, richting de bevoegde ministers. De situatie is frustrerend – tell me about it. Maar we hebben de ministers en hun kabinetten echter broodnodig om verder onze dossiers te accepteren, en om oplossingen te genereren. De situatie evolueert traag, maar er zijn oplossingen in bespreking en in de maak. Maar geloof me vrij: op de kabinetten worden de sociale media goed gevolgd. Er bestaat in de realiteit niet zoiets als –bijvoorbeeld- een hermetisch afgesloten facebook groep. Laat ons door emotionele uitspraken, hoe begrijpelijk ook, het proces van de minister(s) niet maken, zodat we het proces richting oplossingen niet in gevaar brengen.

 

 

24/11/2020 - door Jan Peeters