Begpackers

Foute Boel

Het is Juli, de vaste thema’s komen aan bod in de consumenten media. Doelwit dit keer: reizigers, die hun reis bij elkaar bedelen eens ze ter plaatse zijn. Deze categorie vind je vooral in Zuid Oost Azië, en andere bestemmingen waar het “goedkoop leven” is. Dit keer zijn we het volledig eens met het “shamen” van deze vorm van reizen. Want, laat ons eerst samen een vaststelling doen: “goedkope bestemmingen” waar je voor enkele euro’s kan leven, hebben over het algemeen niet bepaald een rijke bevolking. Op zijn minst is de rijkdom er zeer ongelijk verdeeld, met een grote sociale ongelijkheid tot gevolg. Toerisme is in die landen vaak een belangrijke bron van inkomsten. Het feit dat steeds meer spelers in de toerisme industrie “duurzaam reizen” in al zijn aspecten hoog op de agenda hebben staan, betekent vroeg of laat ook in deze landen goed nieuws.

Reisindustrie Neemt Verantwoordelijkheid

Het is de consument, geholpen door de media –of is het omgekeerd?- die de reisindustrie op haar verantwoordelijkheden wijst. Waar vroeger toeristische bestemmingen vaak als “wingewesten” werden bekeken, nemen zowel de grotere als de kleinere spelers nu veel vaker hun verantwoordelijkheid. Op ecologisch gebied, op vlak van werkomstandigheden en –toegegeven, aarzelend- op vlak van mensenrechten wordt de situatie ter plekke intenser opgevolgd. Als branche zijn we nog verre van perfect, maar in vergelijking met vroeger maken we vooruitgang.

Begpacker: een Beschamende Trend

Maar ook een deel van de consumenten, de reizigers zelf, zou vaker op verantwoordelijkheden, rechten maar ook plichten mogen worden gewezen. De “begpacking” reistrend is een beschamende vorm van toerisme. . Het woord zelf is een samensmelting van “backpacking” – de gekende reisstijl met een minimum aan bagage en vaak ook een gelimiteerd budget- en “begging” – bedelen. Inderdaad: reizigers die ter plekke bedelen omdat ze willen reizen. Zonder geld op zak.

Voor de goede orde: begpackers zijn geen “buskers” (straatzangers die rekenen op kleine giften) of verkopers van zelfgemaakte juweeltjes of schilderijen. Begpackers bedelen om geld, om hun reis te bekostigen. Ze doen dit in landen waar de dagelijkse kost in levensonderhoud laag is, en krijgen hun giften naar verluidt meestal van andere toeristen.

En dat klopt niet, dat is niet juist.

Toerisme staat vrij hoog op de piramide van Mazlow: pas als je primaire biologische behoeftes en je noden omtrent bestaanszekerheid vervuld zijn, begint de mens ruimte te hebben voor de sociale behoeftes, en de nood aan erkenning en zelfontplooiing. Toeristen die bedelen om geld om verder te kunnen reizen, passen niet in deze logica. Tenzij ze opeens, om de één of andere reden, in het buitenland zijn zonder (toegang tot) geld: beroofd, opgelicht – kortom een calamiteit. Kleine notitie: als ze in voorkomend geval beroep hebben gedaan op de georganiseerde reisindustrie, wordt de calamiteit meestal een vervelend ongemak. Niet meer.

Foute Boel

De “begpacker” trend is gewoon foute boel. Er is niets mis met reizen met een (zeer) klein budget. Als je voor je plezier én goedkoop wil reizen, dan zijn er verschillende mogelijkheden: werken en geld opzij zetten, werken onderweg, geld lenen … maar bedelen in een land waar de bevolking het al niet breed heeft, dat is fout. Het is moreel verwerpelijk. Backpackers moeten overal welkom zijn, begpackers moeten inpakken.

11/07/2019 - door Travel360°