Vorige week had ik opnieuw een lang gesprek met mijn favoriete AI-Agent. We praten wel vaker—of beter: ik praat en mijn AI-Agent luistert, analyseert, denkt mee, stelt vragen, geeft suggesties. Door de vele interacties met mijn AI-Agent ben ik gaan stilstaan bij een aantal opvallende verschillen tussen hoe AI en mensen zich gedragen tijdens een gesprek. En eerlijk: op sommige vlakken kunnen wij nog iets leren van onze digitale assistenten.
Wat heel erg opvalt: AI-Agents houden hun mening voor zich, tenzij je er expliciet om vraagt. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in gesprekken tussen mensen loopt dat vaak anders. We zijn snel geneigd om onze mening te geven—ook als niemand ernaar vroeg. AI doet dat niet. Die blijft bij de vraag en laat ruimte. Geen interpretatie, geen oordeel, geen moreel sausje. Dat werkt verhelderend.
Er zijn momenten waarop ik een vraag drie keer stel. Omdat ik twijfel, omdat ik het wil herformuleren, of omdat ik iets gemist heb. Een AI-Agent reageert daar altijd even kalm op. Geen zucht, geen vermoeid “dat heb ik al gezegd”, geen gerol met de ogen. Gewoon opnieuw een helder antwoord, alsof het de eerste keer is. Dat soort geduld zie je zelden in menselijke interacties. Het verschil is opvallend.
Wat ik bijzonder vind: een AI-Agent trekt geen conclusies over mij als persoon. Of ik nu iets onhandig formuleer of een ogenschijnlijk ‘domme’ vraag stel—de AI blijft neutraal. Er is geen achtergrondinformatie nodig, geen sociale context, geen status die meespeelt. Bij mensen is dat zelden zo. Oordelen sluipen overal tussendoor. AI toont dat het ook anders kan.
Het lijkt banaal, maar het blijft me verbazen hoe vanzelfsprekend het is dat een AI-Agent altijd beschikbaar is. Of het nu vroeg in de ochtend is of diep in de nacht, in gelijk welke tijdzone. Zonder agenda, zonder afleiding, zonder haast.
Maar één van de meest verfrissende dingen is dit: wanneer AI iets fout heeft, zegt het gewoon “je hebt gelijk” of “dat was een fout van mij”. Geen verdediging, geen “ja, maar…”, geen poging om zich uit de situatie te praten. Gewoon erkennen en verbeteren. In menselijke gesprekken gaat het vaak anders. Daar zijn we geneigd om ons gelijk te willen halen, om fouten te verdoezelen of te minimaliseren. AI doet dat niet. En dat maakt het gesprek veel opener.
Ook onze klanten, reizigers van alle leeftijden en achtergronden, zullen steeds vaker met AI-Agents beginnen praten. Ze zullen dezelfde voordelen ervaren.
En laat ons eerlijk zijn: ze gaan dat verschil ook merken in hun contact met echte mensen. Ook zij zullen vergelijken. Was het gesprek met die medewerker duidelijker, vriendelijker, geduldiger dan met een chatbot? Of net omgekeerd? De lat verschuift.
Ik wil AI niet op een voetstuk zetten. Er zijn genoeg dingen die een AI-Agent niet heeft: echte empathie, een warme blik, een gevoel voor context dat je alleen maar opbouwt met levenservaring. Wat ik soms mis in gesprekken met AI is net dat kleine beetje menselijke rafelrand—de spontaniteit, de ironie, het imperfecte. De klik die je alleen hebt met iemand van vlees en bloed.
Maar tegelijk denk ik dat we wél iets kunnen leren van hoe AI zich gedraagt. Wat als we wat minder snel onze ongevraagde mening geven? Wat als we met iets meer geduld reageren, ook als iemand iets voor de derde keer vraagt? Wat als we onze oordelen even opschorten, gewoon luisteren, en fouten kunnen toegeven zonder defensief te worden?
Niet omdat een algoritme het beter weet, maar omdat het ons helpt om betere gesprekken te voeren. Menselijker, zelfs. Misschien is dat wel de grootste paradox: dat je door te praten met een machine, beter leert luisteren als mens.