Afrika bouwt een superhub

Europa kijkt toe

Afrika bouwt een superhub

 

Er zijn van die momenten waarop je voelt dat er iets kantelt in de luchtvaart. De start van de bouw van Bishoftu International Airport in Ethiopië is zo’n moment. Een volledig nieuw vliegveld, van nul opgebouwd, met een prijskaartje van 12,5 miljard dollar. Het is bijna schandelijk ambitieus. Het moet binnen enkele jaren uitgroeien tot de grootste luchthaven van Afrika. Het is nu al duidelijk dat dit de kaarten flink door elkaar zal schudden. Het heeft veel weg van een geopolitieke zet.

Ethiopian Airlines weet al langer dat het te groot is geworden voor Bole International Airport in Addis Abeba. Die luchthaven barst uit zijn voegen en houdt de groei van de maatschappij tegen. Maar waar andere landen renoveren, uitbreiden, bijbouwen, doet Ethiopië iets anders: het bouwt een mega‑hub op 45 kilometer van de hoofdstad en maakt er meteen een symbool van. Dit moet de toekomstige toegangspoort worden tussen Afrika, Europa, Azië en het Midden‑Oosten. 

Terwijl Europa en de VS hun luchthavens met kleine ingrepen proberen klaar te stomen voor 2030, investeert Ethiopië alsof 2050 al lang begonnen is. De ambities passen eerder bij Istanbul, Dubai of Doha dan bij het Afrika van twintig jaar geleden. Dit gaat het Afrikaanse continent naar een ander niveau tillen.

De gevolgen kunnen best groot zijn, ook voor ons. Ethiopian heeft nu al het grootste netwerk in Afrika. Met een nieuwe hub, moderne infrastructuur en bijna onbeperkte groeiruimte wordt het verschil alleen groter. De carrier wordt het natuurlijke doorvoerknooppunt van een continent dat economisch ontwaakt en demografisch explodeert.

Maar de impact gaat verder dan Afrika. Het is geen geheim dat een groot deel van het Afrikaanse long-haulverkeer vandaag door de Golf loopt: Dubai, Doha en Abu Dhabi domineren de stroom Afrika–Azië–Europa. Ethiopia wil die macht terughalen naar eigen bodem. Een Afrikaans land dat de concurrentie aangaat met Emirates en Qatar Airways, met een infrastructuurproject dat even ambitieus is als wat de Golfstaten twintig jaar geleden deden. Dat is nieuw.

Voor Europese carriers is het vooral een moeilijke boodschap. Zij botsen op capaciteitslimieten, milieuregels, politieke gevoeligheden en verouderde infrastructuur. Elk nieuw project moet door stapels procedures. In Ethiopië gaat een premier op het terrein staan, steekt symbolisch een schop in de grond, en de bulldozers beginnen. Dat verschil in tempo is ontluisterend. 

Voor Afrikaanse luchtvaartmaatschappijen is het misschien minder goed nieuws. Kenya Airways, RwandAir, South African Airways… ze blijven belangrijk, maar het zijn regionale spelers. Bishoftu zou wel eens het zwaartepunt kunnen worden dat alle routes om zich heen buigt. Een beetje zoals Dubai dat deed in het Midden‑Oosten: alles wat in de buurt vloog, werd vanzelf feederverkeer.

En dan is er nog de cargomarkt. Ethiopian Cargo is nu al een van de sterkste spelers in Afrika. Met een gloednieuw platform dat ontworpen wordt voor moderne flows richting Azië en Amerika, wordt het helemaal onvermijdelijk. Cargo‑maatschappijen zoeken ruimte, efficiëntie en voorspelbaarheid. Bishoftu zal dat allemaal bieden.

De luchtvaart kaart van Afrika – en dus van een deel van de wereld – wordt hiermee herschikt. Maar misschien is het belangrijker wat dit psychologisch doet: het breekt het idee dat luchtvaartinnovatie alleen uit Europa, de VS of de Golf moet komen. Een Afrikaans land zet een volgende stap, en doet dat met een schaal die respect afdwingt.

En wie de luchtvaart een beetje kent, weet: hubs verschuiven niet vaak. Maar als ze verschuiven, verschuift het hele speelveld mee.

 

16/02/2026 - door Pieter Weymans