Cashback

korting in vermomming

Cashback

 

Bij onze buren in Duitsland is cashback een hardnekkige plaag die zich door de reissector vreet. Vakmedia hebben het over een ware cashback‑golf, prominente stemmen slaan alarm en reisbureaus voelen elke dag de druk. Laat ons hopen dat het niet overwaait.

Cashback klinkt onschuldig. Wie kan er tegen zijn dat een klant na zijn boeking wat geld terugkrijgt? Maar achter die vriendelijke term schuilt gewoon platte korting, zij het in vermomming. De prijs van de reis blijft officieel intact, de brochure oogt netjes en transparant, maar achteraf wordt een stuk commissie teruggestort omdat iemand bereid is zijn marge op te offeren om de boeking binnen te halen. Het tast niet alleen de prijs aan, maar ook het verdienmodel erachter, zonder dat dit voor de consument altijd zichtbaar is.

In Duitsland is dat mechanisme op grote schaal georganiseerd. Online platforms zoals Check24 en Ab‑in‑den‑Urlaub hebben van cashback een structureel verkoopargument gemaakt. Dankzij hun volume en marktpositie krijgen zij hogere commissies van touroperators dan de doorsnee reisagent. Die extra ruimte gebruiken ze om klanten honderden euro’s terug te beloven na boeking. Daarbovenop stappen ook banken en andere niet‑toeristische spelers in het verhaal. Reizen worden ingezet als marketinginstrument binnen betaalrekeningen en loyaliteitsprogramma’s. Voor hen is cashback een lokmiddel.

De gevolgen voor de retail laten zich raden. Duitse reisbureaus rapporteren dagelijks gesprekken waarin advies wordt gevraagd, dossiers worden opgebouwd en tijd wordt geïnvesteerd, om vervolgens te horen dat de klant “het elders goedkoper kan krijgen dankzij cashback”. Het fenomeen van advies dat eindigt in een online boeking is er niet nieuw, maar cashback heeft het wel een nieuwe versnelling gegeven. Tegelijk holt het de waardeperceptie van reizen uit. Als elke vakantie eindigt met geld terug, wordt de reis zelf herleid tot een actieproduct. Service, zekerheid en voorwaarden verdwijnen naar de achtergrond, tot het moment dat er iets misloopt en blijkt dat die cashback vaak gepaard ging met striktere regels en minder flexibiliteit.

De reacties in Duitsland zijn fel en veelzeggend. Sectororganisaties, coöperaties en ketens trekken publiek aan de alarmbel. Er verschijnen open brieven, petities en richtlijnen voor reisbureaus over hoe ze met cashbackvragen moeten omgaan. Leidinggevenden spreken ongewoon scherp over “margevernietiging” en “ontwaarding van het product”. Tegelijk woedt een juridisch debat over wat mag en wat niet, en over de vraag of touroperators cashback contractueel kunnen of moeten inperken. Dat alleen al toont hoe diep het probleem zit. 

En België? Ook hier bestaat cashback, maar het is voorlopig nog geen plaag. En dat moeten we zo houden. We kennen promoties, acties en voordelen, maar niet de structurele cashbacklogica die in Duitsland wortel heeft geschoten. Dat mag geruststellen, maar het mag ons niet gerust laten. De mechanismen zijn herkenbaar. Prijsdruk, vergelijkingsgedrag en de verwachting dat advies gratis is, bestaan ook bij ons. Duitsland laat vooral zien hoe snel zoiets kan normaliseren zodra schaal en marketing het overnemen.

Onze sector moet weerbaar zijn als het model zich verder verspreidt. Het antwoord ligt niet in meegaan in een race naar beneden, maar in het herwaarderen van wat reizen eigenlijk zijn: complexe producten, met service, verantwoordelijkheid en expertise.

Het doet me heel erg denken aan de strijd die onze vakverenigingen jaren geleden al voerden tegen de kortingspolitiek. Dat het hoog op de agenda mag blijven staan! 

 

24/02/2026 - door Pieter Weymans